Skip to main content

Spreektekst Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026. 06-07-2026

Spreektekst Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026. 06-07-2026

Vz,
Vooropgesteld: als PVV Eerste Kamerfractie hebben wij zolang we in deze
Kamer vertegenwoordigd zijn zeer terughoudend gebruikt gemaakt. Jaar op
jaar hebben wij zelf het grootste deel van ons fractiebudget teruggestort. Met
middelen van onze belastingbetalende burgers moeten we zorgvuldig en
spaarzaam omgaan en zeker niet meer gebruiken dan nodig is. De PVV-
fractie is dan ook nooit een voorstander geweest van het steeds verder
verhogen van fractiebudgetten. Daar zit ook een andere principiële afweging
achter: als PVV zijn we van mening dat de Eerste Kamer afgeschaft moet
worden, dan moet je niet het instituut nog groter en gewichtiger maken door
budgetten te verhogen en door nog meer personele ondersteuning in te
zetten. Integendeel: niet voor niets heb ik in 2020 bij het debat over het
rapport van de Staatscommissie Parlementair Stelsel (commissie Remkes)
een motie ingediend om de Eerste Kamer daadwerkelijk af te schaffen, die
helaas onvoldoende steun kreeg. 1
Desalniettemin moeten we als Eerste Kamer scherp blijven kijken naar onze
taakopvatting en rolvastheid.
We moeten vooral niet – populair gezegd – “Tweede Kamertje gaan spelen”.
Dit is wat in dit huis vele senatoren van links tot rechts vaak heb horen
zeggen. Althans met de mond heb horen belijden. In de praktijk heeft deze
Eerste Kamer maar al te vaak de neiging om op de stoel van de Tweede
Kamer te gaan zitten. Niet alleen door bepaalde discussies nog eens
dunnetjes over te doen, maar ook door ‘amenderende’ moties in te dienen
en andere acties om toch het politieke initiatief naar zich toe te trekken,
terwijl het primaat daarvan in de Tweede Kamer ligt als direct gekozen
volksvertegenwoordiging. Ook het budgetrecht van de Tweede Kamer wordt
door deze Eerste Kamer steeds verder onder druk gezet door bepaalde
eisen te stellen rond begrotingsvoorstellen. Het aantal begrotingsdebatten
en beleidsdebatten is in de Eerste Kamer de laatste jaren steeds verder
toegenomen.

En met steeds grotere budgetten en steeds meer personele ondersteuning
voor de fracties wordt dit ‘Tweede Kamertje spelen’ steeds verder in de hand
gewerkt. Sterker nog: de financiële regeling van de Tweede Kamer is als
voorbeeld genomen voor het voorliggende voorstel. Wat de PVV-fractie
betreft schieten we daarmee door en zouden we ons moeten beperken tot
een veel bescheidener rol als Eerste Kamer.
Sommige fracties in dit huis zijn echter echte rupsjes-nooit-genoeg en altijd
ijverig op zoek om meer financiële middelen binnen te halen voor hun
fracties en met inzet van steeds meer personeel. En ook al is het
basisbedrag voor afgesplitste fracties beperkt, het is in beginsel dusdanig
royaal dat het nog altijd een beloning is voor afsplitsers. Kortom, het steeds
meer beschikbaar stellen van middelen heeft dus niet alleen de positieve
effecten waar de indieners prat op gaan.
Dan over de regeling zelf. Een regeling voor fractieondersteuning op
bescheiden schaal vinden wij geen bezwaar. De huidige bedragen, met
name de vaste voet, zijn – zoals gezegd - aan de forse kant; dat zou wat ons
betreft minder mogen worden.
Qua uitgangspunt is een reserve mogen aanhouden in principe geen
probleem. Het voorstel voor een reserve van 100% van de jaarlijkse bijdrage
is echter absurd, en niet in verhouding bij wat redelijk is t.a.v. het
fractiefunctioneren. Kijkend naar wat landelijk te doen gebruikelijk is, is 30%
een keurige omvang, en dat willen we dan ook voorstellen. Hiertoe dienen
wij een AMENDEMENT op artikel 6 in.
Fracties hebben een recht op bijdrage, maar de voorstellers gaven in hun
beantwoording blijk dat de bijdrage automatisch wordt toegekend. Dat geeft
onvoldoende ruimte aan de mogelijkheid om niet van het recht op bijdrage
gebruik te maken. Daar kan een fractie goede en principiële redenen voor
hebben en die ruimte moet geboden kunnen worden.
De verplichting van een stichting is op zichzelf geen gek idee. Maar maak
dat dan een verplichting voor alle fracties die graag een fractiebijdrage willen
ontvangen, en niet enkel als men een reserve wil opbouwen. Een stichting
die in elk geval als één van de doelstellingen heeft het beheer van de
fractieondersteuningsbijdrage van de EK-fractie. In dit kader dienen we een
AMENDEMENT op artikel 3 in.

De huidige formuleringen en bepalingen zien overigens enkel op de
instelling van een stichting als een fractie ontstaat. Voorstellers willen
blijkens de beantwoording op vragen ook tussentijdse oprichting van een
stichting mogelijk maken, maar dat blijkt niet uit de regeling ('Elke fractie die
een egalisatiereserve wil opbouwen als bedoeld in artikel 6 richt onverwijld
na haar ontstaan een stichting op. De fractie draagt er zorg voor dat de bij
haar behorende stichting deze Regeling naleeft.) Kunnen de indieners
aangeven hoe dit ‘onverwijld na haar ontstaan’ zich verhoudt tot de reeds
bestaande fracties?
Door de nieuwe regeling zullen bij fracties met een stichting de fractieleden
volgens de voorstellers niet meer hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dit is
onwenselijk. Wat de PVV betreft moet het altijd de fractie zijn die
verantwoordelijk en aansprakelijk is voor de fractiemiddelen. Kunnen de
indieners nader reflecteren op de risico’s van deze constructie?
Belachelijk en veel te ver doorgeslagen is het voorstel om voorgeschreven
modelstatuten te verplichten en zelfs de verplichte schriftelijke goedkeuring
van statuten: De statuten van de stichting zoals op te nemen in de akte van
oprichting, evenals iedere daaropvolgende wijziging van de statuten van de
stichting, behoeven de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van het
College van Voorzitter en Ondervoorzitters. De voorstellers ontkennen in
hun beantwoording dat hier sprake van is, zoals te lezen is in de 2e nota,
vraag 3e: ;van een verplichte keuring is volgens de voorstellers geen
sprake. Beseffen de indieners zelf wel wat ze op papier hebben gezet?
Graag een reactie.
Zeker gezien de voorgestelde inhoud van de modelstatuten is die
bemoeienis echt onzin.
Deze verplichtingen schieten ook totaal hun doel voorbij. Dit heeft immers
niets te maken met de rechtmatige besteding van middelen en het door de
fractie correct toepassen van de regeling:
Dit is niet proportioneel en niet subsidiair. Daarom dienen we een
AMENDEMENT in op artikel 3.
De voorgeschreven modelstatuten bevatten allerlei passages die niets met
de fractiebijdrage of de regeling te maken hebben. Bijvoorbeeld bepalingen
over giften of verkrijging uit nalatenschap. Het is onacceptabel dat
voorstellers dit allemaal willen bepalen, en dat ze het ook normaal vinden
dat het CVO zich hiermee moet bemoeien.

Bovendien blijft het vreemd dat de voorstellers dit persé bij het CVO willen
beleggen. Zij stellen immers zelf dat er “toezicht en controle bestaat vanuit
het instituut dat de Regeling heeft vastgesteld”. Deze Regeling is niet door
het CVO vastgesteld en hoort dus ook geen toezicht en controle uit te
oefenen. Dan is het logischer om deze rol door het CVF in te laten vullen,
waar deze Regeling immers ook is voorgesteld en waar alle fractievoorzitters
in gezamenlijkheid vanuit de hele Kamer betrokken zijn. In dit kader dienen
we een AMENDEMENT in.
De regeling voorziet in bepalingen over nog maandenlang hogere bijdrage
ontvangen als het zetelaantal daalt. Deze bepalingen dienen te worden
geschrapt: voor iedereen gelden dezelfde regels, en het recht op bijdrage
hangt 1 op 1 samen met het aantal zetels en het moment waarop dat aantal
al dan niet wijzigt. Wij dienen daarom een AMENDEMENT in op de artikelen
7 en 10.

De PVV had nog legio amendementen kunnen indienen op de
modelstatuten, echter ten principale vinden wij dat er geen sprake kan zijn
van het verplicht voorschrijven of verplicht goedkeuren van statuten, en
daarom laten we die tekst voor wat het is. In elk geval voor de handelingen
willen wij hier vermelden dat wij het absurd vinden dat de modelstatuten
voorzien in vacatiegeld voor bestuurders (indien geen fractielid) en de
verplichting dat het volledige bestuur uit fractieleden bestaat terwijl daar voor
eenmansfracties wel weer een uitzondering kan worden gemaakt. De
voorstellers hanteren zo geen consequente lijn ten aanzien van het
verplichte fractielidmaatschap.
Het verplicht schriftelijk goedkeuren door het CVO staat wat de PVV betreft
op gespannen voet met het recht van vereniging. Ook het feit dat de
voorstellers willen dat fractieleden verplicht in het bestuur zitten wringt met
dit grondrecht.
Tot slot over de niet gebruikte middelen uit 2024 die nu wat de voorstellers
betreft alsnog moeten worden toegekend aan fracties die in 2024 hun
bijdrage niet geheel hebben gebruikt. Dit gaat in totaal om 613.000 euro.
Een stevig bedrag, waarvan wordt voorgesteld om dit vanuit de lopende
begroting óf met een eenmalige claim bij de najaarsnota 2026 beschikbaar
te stellen. Dat zou dus betekenen dat de belastingbetaler hiervoor de
rekening gepresenteerd krijgt, terwijl er op alle fronten tekorten zijn in onze
samenleving. Wat de PVV betreft is het niet nodig om dit te spenderen aan
Eerste Kamer fracties.

Onze bezwaren blijken voorts uit de meer dan 100 vragen die wij hebben
ingediend, en waar de voorstellers zeer ontoereikend op hebben
geantwoord. Voor onze afweging over deze Regeling zijn de ingediende
amendementen in ieder geval essentieel.
Tot zover in eerste termijn.